Pioniers #2John Loughborough (vervolg)

De jeugd van John Loughborough is in zekere zin nog interessanter dan de prestaties van zijn volwassen leven. Dit leidt tot vragen die we aan het eind van dit korte essay zullen noemen.

Hij werd geboren in New York op 26 januari 1832 en stierf op 7 april 1924. Zijn vader was timmerman en een overtuigd Methodistenpredikant. Als kleine jongen verdiende John twaalf en een halve cent door zijn vader en oom te helpen met een bouwproject waar ze mee bezig waren. Hij stuurde het geld naar zendingswerk in Afrika, omdat hij een diepe wens had om op deze manier zielen voor het koninkrijk te winnen.

Hij leed onder het verlies van zijn vader toen hij nog een jonge tiener was. Zijn vader werd slechts 35 jaar. Kort na dies dood, ging John bij zijn grootouders wonen. Zij waren eenvoudige, verstandige mensen en spoorden de jonge John aan om een goede opleiding te volgen. Hij stortte zich enthousiast op zijn studie en bestudeerde filosofie en wetenschap. Zijn grootouders waren diep spirituele mensen en leefden hun religie uit in hun dagelijks leven, dit had een diepgaande invloed op John toen hij volwassen werd. John zag God echter als een angstwekkende en kwade tiran die wachtte om hem te straffen of te vernietigen voor zijn zonden.

In de winter van 1848-1849 (16-17 jaar oud) was hij terug naar het huis van zijn moeder in Victor, New York.  Toen hij hier was, ging hij naar school en betaalde hij zijn schoolgeld door de vloer van het schoollokaal te vegen en het ochtendvuur aan te steken. John hield van school, maar hij schuwde geestelijke activiteiten. Als zijn moeder hem probeerde over te halen om met haar naar de kerk te gaan, verzon hij een excuus om haar uitnodiging af te slaan. In deze tijd twijfelde John tussen God en de aantrekkingskracht van zijn vrienden. Als hij nadacht over zijn leven, kwam er een overweldigend verlangen in hem op om zich aan God over te geven, maar dit verlangen werd al snel de kop ingedrukt door de angst om zijn vrienden op te moeten geven. Zoals hij het zelf zegt “had hij geen kracht om zijn metgezellen te verlaten en een begin te maken met het dienen van de Heer”.

Toch was hij pas 17 jaar oud toen hij een zaal begon te huren om te prediken. Dat was +- 5 jaar na 1844!

Rond die tijd bracht hij negen weken ernstig ziek door met malaria.

Toen hij op bezoek was bij zijn oudere broer, woonde hij een bijeenkomst bij van een eerste-daags adventistische predikant met de naam P.A. Smith en hij werd enorm overtuigd door wat hij hoorde. Na de samenkomst beloofde hij God te dienen en de volgende samenkomsten bij te wonen die over twee weken werden gehouden. Hij zag op tegen het idee om terug naar school te gaan en zich onder zijn vrienden te begeven, omdat hij wist dat hun invloed zijn pas ontdekte geloof aan het wankelen zou kunnen brengen. In Adam’s Basin, de stad waar zijn broer woonde, deed zich echter een kans voor om als leerling-smid te gaan werken en ijzeren koetsen te leren bouwen. Met de gedachte om samen met zijn broer in zaken te gaan nam hij de baan aan en ging vervolgens naar huis om de losse eindjes aan elkaar te knopen voordat hij op tijd terugkeerde naar Adam’s Basin om de Adventistische samenkomsten bij te wonen. In zijn autobiografie schrijft Loughborough over deze beslissing en tijd van zijn leven: “Ik keerde me af van leraren, vrienden en zelfs van mijn eigen moeder en besloot dat ik alles moest opgeven of verloren zijn. Ik verlangde naar waarheid, licht en vergiffenis”.

De eerste Advent bijeenkomsten maakten een diepe indruk op John’s geest en al snel begon hij de Bijbel serieus te bestuderen. Hij nam zelfs een kleine zakbijbel mee naar zijn werk en ging naar het kolenhok achter de smederij om tijdens de pauzes tijd in gebed door te brengen. Hij raakte er al snel van onder de indruk dat hij gedoopt moest worden. Hij besprak de kwestie met zijn broer en ouderling P.A. Smith en beiden moedigden hem aan om de stap te nemen en hij werd gedoopt als een eerste dag Adventist.

In 1852 (20 jaar oud) trouwde hij met zijn vrouw Mary en om haar te onderhouden ging hij in zaken in de verkoop van schuifraamsloten. De nieuwe onderneming gaf zijn financiën een broodnodige oppepper terwijl hij toch de preekafspraken die hij had staan voor de zondagen kon nakomen. In de zomer van 1852, nog maar 20 jaar oud, werd hij uitgenodigd voor een reeks bijeenkomsten van Zevende-dags Adventisten op Mount Hope Avenue 124 in Rochester, waar hij en zijn vrouw toen woonden. Eerder weigerde hij te gaan, maar broeder Orton, die hem had uitgenodigd, wees hem erop dat hij wel moest gaan omdat sommigen van zijn eigen kudde zich hadden aangesloten bij de Zevende-dags Adventisten.

En zo ging John Loughborough, gewapend met zijn bijbel en vergezeld van zeven andere eerste-dags Adventisten, naar de Zevende-dags Adventisten bijeenkomst. John Andrews was de spreker die avond en toen hij opstond gaf hij toe dat hij van plan was geweest om over een bepaald onderwerp te spreken maar dat de Heer de indruk op hem had gemaakt om te spreken over de Sabbat en in het bijzonder over de teksten die werden gebruikt om te bewijzen dat deze was afgeschaft.

Loughborough luisterde met stomheid geslagen toe hoe Andrews elk van de teksten die hij in zijn Bijbel had genoteerd, op volgorde nam en ze één voor één grondig uitlegde. Loughborough was niet alleen overtuigd door Andrews’ presentatie, maar ook door de voorzienigheid waarvan hij zojuist getuige was geweest. Loughborough aanvaardde de Sabbatwaarheid in september 1852. In totaal waren er acht eerste-dags Adventisten die de Sabbat en de drie engelen boodschap accepteerden en Zevende-dags Adventisten werden als gevolg van John Andrews prediking.

Kort nadat hij Zevende-daags Adventist was geworden, had John de gelegenheid James en Ellen White te ontmoeten. Tijdens deze ontmoeting zag hij Ellen in een visioen en nadat ze uit het visioen was gekomen gaf ze hem een persoonlijk getuigenis dat de Heer haar voor hem had gegeven. Hij werd op 20-jarige leeftijd door EGW geroepen om te prediken! Hij werd op 22-jarige leeftijd gewijd.

***************

Vragen

·       Zijn sommige mensen meer vatbaar voor Gods boodschap? Is dat niet onrechtvaardig tegen andere mensen die het niet zijn?

·       Is het makkelijker voor zulke mensen om geestelijk te groeien?

·       Hij stuurt geld naar Afrika maar wilt de kerk niet bezoeken…. Hoe klopt dat?

·       Speelt de karakter/temperament van een persoon een rol in dies belangstelling van het goed nieuws? Het blijkt dat John een typisch jongen was als jonge tiener maar hij groeide toch naar iemand uitzonderlijk.

·       John Loughborough werd officieel geroepen om te prediken, zonder opleiding, totaal anders dan de dag van vandaag (Hij was toen niet de enige).

Tijdens de 1800’s waren een groot aantal gewone mensen invloedrijke predikers geworden. Denk maar aan William Miller, boer; Joseph Bates, zeekapitein; Hiram Edson, boer.

·       Waarom niet vandaag?

·       Opleiding plus enthousiasme is ideaal. Maar as we moeten kiezen tussen de twee, welk is meer aanvaardbaar? Denk aan het leven van John Loughborough.

***********

Het toont allemaal hoe “normaal” John Loughborough was als jongeling. God was geduldig met hem, God is ook met u en mij geduldig. Ongeacht zijn roller-coaster jongelingsleven was John zoekend, hij zocht en hij vond. God stelt voor dat wij ook blijven zoeken, Hij is te vinden.