Het kruis als keerpunt
1 Korintiërs 2:2
Want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.
Paulus, de grootste getuige, de grootste verkondiger van het evangelie, het goede nieuws — deze Paulus die zoveel onderwerpen aansneed en zijn mede apostelen soms tot wanhoop bracht omdat zelfs zij zijn uiteenzettingen over de theologie niet altijd konden begrijpen. En toch vatte deze Paulus zijn boodschap samen in enkele woorden: alleen de gekruisigde Christus.
De Bijbel die ons ter beschikking staat, dit boek dat al meer dan duizend jaar bestaat, dit boek dat door tientallen auteurs is geschreven, dit boek dat de pogingen van talloze mensen om het te vernietigen heeft doorstaan. De Bijbel wordt vaak vergeleken met een aambeeld dat de slagen van talloze hamers heeft weerstaan en overleefd: de hamers zijn verdwenen, maar het aambeeld staat er nog altijd fier.
Paulus komt en vat deze hele geschiedenis samen in enkele woorden.
Voor de christen is het kruis alles. Het is een bron van kracht wanneer men zich machteloos voelt. Het is de bron van hoop voor wie verslagen is. Het kruis is het symbool van verlossing, van redding, van toekomstig leven, van vergeving. Het kruis maakt de gevolgen van wat Adam en Eva hebben gedaan, ongedaan. Het kruis neemt de wanhoop van de schuldige weg. Geen wonder dat Paulus zijn ontzag voor Christus in zo weinig woorden uitdrukte.
Laten we enkele ogenblikken teruggaan. Toen Jezus Christus onder de mensen was, deed Hij vele wonderen en tekenen. Op een bepaald moment vroeg Jezus aan Zijn discipelen wie zij dachten dat Hij was. Petrus antwoordde zonder aarzelen: “De Christus van God”, zie Lukas 9:20. Dit gebeurde vóór de kruisiging, met andere woorden: zonder het kruis.
Petrus en zijn mede discipelen waren overtuigd door wat zij zagen en hoorden, door wat zij zelf hadden meegemaakt. De apostel Johannes verwoordde deze overtuiging later als volgt:
1 Johannes 1:1–3
Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij met onze ogen gezien hebben, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben, aangaande het Woord des levens —
Zouden we daaruit kunnen afleiden dat Petrus had kunnen zeggen:
“Want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, de wonderdoener”?
Zou Paulus, als hij op dat moment in de schoenen van Petrus had gestaan, zijn overtuiging op dezelfde wijze hebben uitgesproken als Petrus?
Petrus herkende de Christus zonder de kruisiging, omdat die nog niet had plaatsgevonden.
Paulus herkende de Christus ná de kruisiging, maar zonder getuige te zijn geweest van de kruisiging en zonder getuige te zijn geweest van de wonderen, omdat hij er niet bij was toen dit gebeurde. Beide mannen herkenden één en hetzelfde — en enige — belangrijke feit: dat de mens Jezus inderdaad de Christus van God was.
Om het nauwkeuriger te formuleren: Saul herkende Jezus als de Christus toen hij op de weg naar Damascus met Hem werd geconfronteerd:
Handelingen 9:5
‘Saul, Saul, waarom vervolg je mij?’ 5Hij vroeg: ‘Wie bent u, Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt
Kunnen wij daaruit concluderen dat de kruisiging niet het doorslaggevende bewijs was van Jezus’ messias-zijn?
Saul was een vurig volgeling van Jahweh, de God-Schepper van Israël. Saul had ervoor gekozen Farizeeër te worden; hij was daarvoor opgeleid. Hij had een van de beste leermeesters van zijn tijd gekozen: Gamaliël. Hij deed alles wat in zijn vermogen lag om onberispelijk te zijn.
Als jonge Farizeeër wijdde hij zich eraan de eer van God te verdedigen. Toen een sekte die eer bedreigde, was het Saul die hemel en aarde bewoog om die te verdedigen. Hij verdedigde zonder aarzelen; zijn optreden zou zelfs niet voor moord terugdeinzen. Voor Saul was het echter geen moord, maar de verdediging van God Zelf. De ketterij moest worden gestopt — hoe sneller, hoe beter.
Laten we nu vooruit gaan op de reis naar Damascus. Een uiterst vastberaden Saul is onderweg, volledig overtuigd dat hij op weg is om Gods zaak te behartigen. Wat een voorrecht is dat voor hem!
Hij kreeg geen gelegenheid om na te denken. Het gebeurde eenvoudigweg; er was geen mogelijkheid om te discussiëren of tegenargumenten aan te voeren. Saul, de machtige strijder, is zo zachtmoedig als een lam! De stem is zo overtuigend dat hij het eenvoudigweg weet. Zijn hele religieuze universum valt uiteen.
O, de wonderlijke liefde van God!
Saul was een moordenaar, en toch zegt Christus geen woord over zijn verleden. Het is alsof het nooit gebeurd is. Er zijn alleen nieuwe aanwijzingen voor een nieuwe toekomst.
Saul wist alles over de Thora. Hij was de leerling van Gamaliël, misschien wel diens beste leerling. Hij had geleerd dat de Messias zou komen, een koning uit het geslacht van David — zeker niet iemand die in een kribbe geboren zou worden, het kind van de allerarmsten onder de armen.
Maar nu wist hij dat dit Kind de Messias was.
Jaren van studie moesten opnieuw worden doordacht. Niet de Thora was het probleem; het was Gamaliël. En nu was het Saul zelf. Hij moest de Thora opnieuw bestuderen — dezelfde woorden, maar met een nieuwe interpretatie.
Hoe zit het met ons?
Zouden ook wij niet ruimte moeten laten voor een alternatieve interpretatie wanneer ons gezond verstand ernstig in strijd lijkt te zijn met wat wij lezen in “er staat geschreven”?
De fout ligt niet bij de Bijbel, maar bij onze interpretatie, bij ons begrip van het Woord — en van God Zelf.
1 Korintiërs 2:2
Want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.
Waarom hechtte Paulus zoveel belang aan de kruisiging?
Zou Paulus misschien hebben beseft dat Saul de kruisiging van die bedrieger zou hebben toegejuicht? Misschien zou hij zelfs hebben geholpen om de spijkers door vlees en bot in het hout te slaan en vervolgens de houten paal met daarop de bedrieger op te richten — zoals hij later gewillig Stefanus liet stenigen?
Zou hij “Barabbas” hebben geroepen als hij erbij was geweest?
Wanneer we het leven van Saul/Paulus na zijn ervaring op de weg naar Damascus proberen te reconstrueren, ontdekken we een langere periode waarin de man schijnbaar grotendeels alleen verbleef. Heeft hij het gezelschap van mensen gemeden om zich volledig te kunnen wijden aan de studie van het Woord?
Hij moet de Thora uit het hoofd hebben gekend. Gamaliël had dat diep in zijn geheugen geprent. Maar Gamaliël had zich op bepaalde punten vergist — en wel op zeer belangrijke punten. Gamaliël had zich vergist over de Messias.
Als Petrus ervan overtuigd was dat Jezus de Christus was door Jezus’ daden — dus zonder de kruisiging — en Saul ervan overtuigd raakte door de openbaring op de weg naar Damascus — eveneens zonder de kruisiging —
Wat overtuigt u en mij dan van het feit dat Jezus de Messias is?
