Vakantietijd…
Het is vakantietijd, dus laten we daar eens bij aansluiten.
Wanneer je aan de incheckbalie van een luchtvaartmaatschappij je reis begint naar een verre, exotische – of misschien gewoon heel alledaagse – bestemming, krijgt je koffer een label rond het handvat. Heb je ooit geprobeerd zo’n label met de hand af te scheuren wanneer je op je bestemming aankwam? Dat is vrijwel onmogelijk. Op dat label staat bovendien, machinaal afgedrukt, alle informatie die ervoor moet zorgen dat jij én je bagage samen op de juiste bestemming aankomen.
Toch gebeurt het soms dat jij wel aankomt… maar je koffer niet.
Daarom beschikt elke luchthaven en elk groot treinstation over een dienst voor verloren bagage. De meesten van ons staan er nooit bij stil dat zo’n dienst bestaat, totdat we hem zelf nodig hebben.
Je bent door de paspoortcontrole, je hoeft alleen nog je bagage op te halen en dan ligt de wereld aan je voeten. Je staat geduldig te wachten aan de bagageband, terwijl de koffers van medereizigers voorbijschuiven. Met een schuin oog kijk je uit naar je eigen vertrouwde koffer, misschien herkenbaar aan een fel lintje. Maar uiteindelijk komt de band tot stilstand. Alle andere reizigers zijn al vertrokken, en daar sta je dan met die ene vraag:
“En nu?”
God heeft Zijn bagage voorzien van een bijzonder sterk label. Maar… er bestaan ook scharen.
Heeft God Zich ooit afgevraagd: “En nu?” toen Zijn bagage niet op de bagageband verscheen?
Is dit eigenlijk niet het grote verhaal van de Bijbel? God die als het ware bij de bagageband staat en roept:
“Waar ben je?” (Genesis 3:9)
Het is een vraag waarover christenen verschillend denken: zoek ik God, of is God degene die mij zoekt?
De traditionele gedachte is meestal dat de mens God moet zoeken. Daarvoor zijn heel wat Bijbelteksten aan te halen. Maar er zijn ook talrijke teksten waarin juist God op zoek gaat naar wat van Hem is.
Laten we het eens vanuit een andere hoek bekijken. Zoek jij je bagage, of zoekt de bagage jou?
Natuurlijk gaat die vergelijking niet helemaal op; een koffer heeft geen eigen wil. Toch wijzen de gelijkenissen van het verloren schaap, de verloren penning en de verloren zoon allemaal in dezelfde richting: degene die verloren is, wordt gezocht.
Is Jezus naar de aarde gekomen, of zijn wij naar Hem gegaan?
In Openbaring lezen we dat iemand aan de deur klopt. Degene die binnen is, moet de deur openen. Maar het is wel God die naar die deur toegekomen is. Alleen voor de deur gaan staan heeft weinig zin; Hij klopt om onze aandacht te vragen.
Voelen wij ons misschien wat ongemakkelijk bij de gedachte dat God veel actiever op zoek is naar ons dan wij naar Hem? Past dat wel binnen ons vertrouwde denken?
Laten we die gedachte nog iets verder doortrekken.
Als God degene is die de verloren bagage zoekt, dan lijkt daaruit te volgen dat onze redding in de eerste plaats Gods initiatief is. Dat klinkt misschien ongemakkelijk. Gaat dat niet in tegen wat wij gewend zijn te horen? Misschien. Maar voordat we zo’n gedachte als onjuist afwijzen, doen we er goed aan haar eerlijk aan de Schrift te toetsen.
Johannes 3:16 wijst in die richting. God neemt het initiatief; aan ons is het om daarop te antwoorden.
Jezus vond de vrouw die op overspel betrapt was (ook al werd zij bij Hem gebracht), en zij moest reageren. Jezus ging naar Samaria; Samaria kwam niet naar Jezus.
Kunnen we Galaten 3:11 ook in dat licht lezen?
“En dat door de wet niemand voor God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk, want: De rechtvaardige zal uit het geloof leven.”
Met andere woorden: de bagage – dat ben ik – wordt gevonden door God, niet dankzij mijn eigen inspanningen of prestaties.
Hebben wij er misschien moeite mee te aanvaarden dat wij niets kunnen bijdragen aan het feit dát God ons vindt, omdat onze eerste neiging dezelfde is als die van Adam en Eva: ons verbergen?
Misschien zeg je: “Maar wij hebben toch ook een verantwoordelijkheid?” Dat is zeker waar. Redding is een ernstige zaak. Gehoorzaamheid, vertrouwen en navolging horen bij het leven van een christen.
Maar stel jezelf eens de vraag: als mijn redding uiteindelijk afhangt van mijn bijdrage, hoeveel moet die bijdrage dan zijn? Wanneer heb ik genoeg gedaan? Wanneer weet ik zeker dat ik mijn aandeel volledig heb vervuld? Zal ik ooit met zekerheid kunnen zeggen dat het voldoende is?
Misschien kun jij met die onzekerheid leven.
Ik verkies echter liever de bagage te zijn en te geloven dat God mij met een onuitsprekelijke liefde zoekt. Niet omdat ik zo goed ben in gevonden worden, maar omdat ik voor Hem kostbaar ben.
Misschien gaat het uiteindelijk minder om een leerstelling dan om Gods liefde.
Want de Bijbel zegt niet alleen dat God liefheeft.
De Bijbel zegt:
God ís liefde.
