Er is een lied dat we regelmatig zingen; dit is één van de coupletten. We zingen het en verheugen ons in het lied dat wij rechtvaardig zijn.
Genade en vrede zij u van de Vader;
als u zich vernedert, rechtvaardigt Hij u.
Genade en vrede zij u van de Vader;
als u zich vernedert, rechtvaardigt Hij u.
Lezen wij de Bijbel niet vaak op dezelfde manier als waarop wij zingen? Het is een eeuwenoud Boek van Waarheid; we lezen wat er staat, zonder stil te staan bij de verschillende woorden, hun betekenis en de implicaties daarvan. En zo zingen we, omdat we dankbaar zijn, vertrouwend op de liedschrijver die namens ons gevoelens onder woorden heeft gebracht die wij zelf niet konden uitdrukken, maar waarmee wij wel instemmen…
Waarom citeer ik dit couplet? Omdat twee woorden mij opvielen: ‘zich vernedert’.
Tijdens een bezoek aan Portugal, enkele jaren geleden, zagen we een priester die op zijn knieën kroop — zeker honderd meter of meer — vóór een kerk… We spraken hem niet, maar zijn daden spraken boekdelen: hij beschouwde zichzelf als onwaardig en meende boete te moeten doen, anders zou hij voor eeuwig verdoemd zijn.
Een woord dat mijn gedachten meteen leidde naar andere bijbelverzen…
Lees bijvoorbeeld Lucas 15…
Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.
“Ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.”
Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.
Als de bewoners van het universum telkens een feest organiseren wanneer een mens tot bezinning komt en beseft dat God de beste ‘baas’ is die je je maar kunt wensen, dan is dat omdat zij met heel hun hart verlangen dat wij zullen profiteren van alles wat God te bieden heeft.
Als zij degene die de weg naar huis terugvindt hoger waarderen dan een miljoen die al thuis zijn, dan proberen zij het zeker niet moeilijk te maken voor jou en mij om terug te keren. Ze slaken geen zucht van verlichting omdat wij het “gehaald” hebben; integendeel, zij hadden gewenst dat we veel eerder waren teruggekeerd.
Zij verwachten beslist niet dat wij kruipend op onze knieën om vergeving smeken, want God Zelf heeft ons lief. (Johannes 16:27)
Schrikt het idee van een feest in de hemel ons af? Het is zo anders dan sommige beelden die we krijgen uit het boek Openbaring. Ontkent de plechtige taal van Openbaring — waar verlossing zo’n ernstige zaak lijkt — de mogelijkheid van vrolijkheid in de hemel? Raken we zo in beslag genomen door de taal van dit laatste Bijbelboek dat we vergeten wat onze Heer zei toen Hij mensen probeerde te bemoedigen die uitgeput waren van hun pogingen om goed genoeg te zijn om door de parelpoorten te mogen?
Drie verloren en teruggevonden zaken, drie oproepen tot vreugde, tot feest. Deze drie verhalen nemen steeds toe in intensiteit en in de inzet om te vieren en zich te verheugen: de vader spaart kosten noch moeite; hij haalt het beste tevoorschijn om te vieren.
Ja, Gods inspanning om ons met Zich te verzoenen is een ernstige zaak, maar het is een zaak die vraagt om feest — omdat Hij succesvol is, niet omdat wij het verdienen. Zou God ons terug willen omdat Hij ons terug wíl, en niet omdat wij het verdienen door onze bekering en ons goede gedrag?
Zouden we even willen stilstaan bij die merkwaardige opmerking in Jesaja 43:25, waar staat dat Hij doet wat Hij doet omwille van Zichzelf?
Zou het kunnen dat wij de liefde van God eenvoudigweg niet voldoende begrijpen?
Dat wij die liefde beperken zodat zij past binnen ons beperkte beeld ervan?
